Bad Company – Bad Company

BadcoSwan Song, 1974

De naald zakt in de groef. Licht gekraak. En dan: zanger Paul Rodgers telt af, slagwerker Simon Kirke knalt er op tel 4 in,  gitarist Mick Ralphs komt één tel later met de fameuze rif.  Bam.

De Engelse bluesrockers van Bad Company openen hun debuutalbum in 1974 met “Can’t get enough”.  Band en sound worden in één keer neergezet met de openingstrack. Beter worden ze bijna niet gemaakt.

Continue reading Bad Company – Bad Company

Spirit – Earth, Wind & Fire

Spirit EWFCBS, 1976

Het Amerikaanse funk-ensemble Earth, Wind & Fire (EWF) kende haar artistieke en commerciële piek in de tweede helft van de jaren zeventig. Ietwat cleane doch swingende funk, retestrakke blazers, Afrikaans georiënteerde percussie, fraaie midtempo songs en ballads, glasheldere productie. Dat was EWF in die jaren. De onlangs overleden percussionist, zanger, arrangeur en producer Maurice White was de grote man achter EWF, waar verder de kenmerkende falset van Philip Bailey bijdroeg aan een herkenbare sound. Hun 6e album “Spirit” behoort tot de beste albums uit die succesvolle periode tussen 1975 en 1980. Met “Getaway“, “Saturday Night“ en vooral “Biyo” kent het album een sterke funknummers, en met het titelnummer “Spirit”, opgedragen aan de tijdens de opnamen overleden medeproducer Charles Stepney, de song “Earth, Wind & Fire”, “Imagimation” en het gedragen, door gospel beïnvloedde “Burning Bush” een aantal kenmerkende ballads. Er staat geen zwak nummer op dit in Nederland onderschatte album, wat overschaduwd werd door het gelijkwaardige, maar hier ten lande veel succesvollere “All ’n all”, met de hit “Fantasy”.  

Aanrader?

Ja. 3,7/5 op MusicMeter, 4+/5 op AllMusic en Discogs.

Waar gekocht?

Bij Demon Fuzz Records,  Rotterdam, € 7,-. Aan de prijs, gemeten naar Discogs (€ 2,40 – € 4,00), maar een piekfijn exemplaar, in prima staat. En één van de 4 beste van EWF, ever.

Jan Rot – Handelsreiziger in hertalingen

Schermafbeelding 2016-01-04 om 21.39.19

Dit artikel is geschreven in mei 2013. Voor mijn cursus popjournalistiek volgde ik Jan Rot rond een optreden in Arnhem. Omdat eigenlijk wat te lang voor een blog is, heb ik het een end ingekort. Komt de digitale leesbaarheid ten goede. 

 

Arnhem, voorjaar 2013.

Een bruin koffertje staat midden op de vloer. Als ik meehelp bij het opruimen voor de voorstelling wil ik het oppakken en meenemen.   “Nee die moet je laten staan, dat is het decor. Zie je dat niet?”.

Ik volg Jan Rot in de kleine zaal van de Schouwburg in Arnhem rond één van zijn laatste optredens van De Grote Jan Rotshow.

Als ik de zaal binnenloop is Jan Rot bezig met de soundcheck en maakt hij met de technici de afspraken voor de avond.  Hij heeft geen eigen technicus. “Zo is iedere avond anders en is er buiten mij niemand die vindt dat iets beter of slechter ging dan één van de andere avonden. Het komt helemaal op mezelf aan.” Hij spreekt af dat hij het laatste lied van de avond “Loop door” (“You’ll never walk alone”) gewoon van de vloer af loopt, naar links.

“Ik kom niet terug, het loopt eigenlijk een beetje met een sisser af”.

Amsterdam, Moederdag 2012.

In een uitverkocht Carré viert de zanger/hertaler dat hij 30 jaar geleden voor het eerst in de hitparade stond met “Counting Sheep”. Ik had, na een tweet, had op een zondag kaartjes aangeschaft. De maandag erop was Rot te gast bij Pauw en Witteman en een paar uur later waren alle 1.750 stoelen verkocht.

Ik doe mijn eigen promotie en had contact met DWDD gehad. Het werd echter nooit concreet, er bleek geen plek in het programma. Met pas 700 kaartjes verkocht ben ik maar even gras gaan maaien. Vervolgens heb ik Pauw en Witteman gebeld en kreeg ik een jonge redactrice aan de lijn, die mij niet kende. Ze zou het bespreken. Later die dag werd ik teruggebeld, ik kon diezelfde avond komen.”

Voor de pauze. 

Amsterdam. Er heerst een verwachtingsvolle sfeer in Carré, voor een avond met Jan en vele gastoptredens. Jan komt komt onder luid applaus op en opent met “Eenzaam aan de top”, (Randy Newman’s Lonely at the top). Naast een aantal eigen hertaalde vertolkingen van klassiekers is er ruim aandacht voor uitvoeringen door overige bandleden zoals gitarist Marcel de Groot (Wonderzondag – Monday Monday). Edwin Rutten zingt “de gele duikmachine”. Gast Wim T. Schippers struikelt wat later het podium op en zingt “Zoen van papier” (Sealed with a kiss). Als Riem de Wolff vanuit de coulissen opkomt is Jan zichtbaar onder de indruk: een droom komt uit, voor even is hij een Blue Diamond. Samen zingen ze het vertaalde Ramona. Een verrassingsoptreden van Joop Visser en Jessica van Noord leidt de pauze in.

Arnhem. De zaal is ‘gevuld’ met 90 bezoekers als Jan Rot achter de vleugel plaatsneemt. Hij opent met “Weg naar Walhalla” (Stairway to heaven) en “…er direct maar achteraan..” “Kindertijd” (Child in Time). Klassiekers wisselen elkaar ook hier af, verbonden door de verrassende en passende hertalingen en een toelichting van Jan zelf. We eindigen met een collectief gezongen, hertaald Wilhelmus. Daarna gaat het zaallicht aan.  Pauze.

Contrast

Een vol Carré en een half gevulde schouwburgzaal. Het lijkt een groot contrast. “Het lukt me in beide gevallen wel. In een grote zaal “speel” je het groter. Vergelijk het met een vis: die wordt zo groot als z’n aquarium”.

Rot put bij zijn optredens vooral uit een enorme voorraad hertaalde klassiekers. “Het gaat juist niet om de letterlijke vertaling, ik let ook op de alliteratie en het beginrijm. Dat deden de oorspronkelijke tekstschrijvers ook. En, wat een voordeel is, al die nummers zitten ook in het collectieve geheugen. Je hebt dan geen “must-haves” om te spelen. Frank Boeijen bijvoorbeeld maakt prachtige nummers, maar er wordt iedere keer weer verwacht dat hij die vier bekende nummers speelt”.

Na de pauze

Amsterdam. Jan loopt in Volendamse dracht en vissersmand door de zaal en zingt uit volle borst en a-capella “de Parel van Volendam”. Daarna zet Di-rect – als door Spike beloofd – Carré op z’n kop met een aantal hertaalde nummers uit de rock-musical Tommy. Het levert de band  een staande ovatie op.

Later op de avond zingt Rob de Nijs “Eeuwig Jong” (Aznavour’s “Yesterday when I was young”). Een perfecte casting: Rob de Nijs zingt het zoals alleen een man van 69 kan zingen, berustend in het verval. Tot slot speelt Jan alleen met z’n gitaar voor een muisstille zaal “Geef me liefde” (Love me tender) in een prachtige vertaling. Na de grande meezing-finale “Dit land is mijn land.” loopt Jan onder een staande ovatie het toneel af.

Arnhem. Met een grap komt Jan weer op. “Ik moest nog even een spelletje Wordfeud afmaken, ik stond op winst”. Rot meandert na de pauze door z’n repertoire. Het is niet zozeer een chansonavond als wel een avond waarop we deelgenoot worden van het hertaalproces van Jan Rot, van liedjes als “Sylvia’s moeder (“…en uw beltegoed, zegt de Telfortdame schel, is nul, euro vijftig.”) en “Laat de aarde vergaan” (Slavenkoor), wat we allemaal meezingen. “Als over een paar honderd jaar Nederlands de wereldtaal is, zullen de mensen zeggen dat al die klassiekers liedjes van Jan Rot zijn”.

De handelsreiziger

Tegen het einde van het optreden in Arnhem vertelt Jan dat de liedjes die hij gezongen heeft op CD staan en de teksten in een boek. Daarna zingt hij “Loop door”, het zaallicht gaat aan. Als het lied klaar is, staat hij op, pakt hij het koffertje, zwaait naar het publiek en loopt naar de foyer. Daar gaat het koffertje open en wordt de koopwaar uitgestald. De meeste kopers gaan naar huis met 2 CD’s en soms een boek. Jan heeft een hoge productie: “Ik maak liever 10 CD’s waar ik er 1000 van verkoop, dan 1 waarvan ik er 10.000 verkoop. Dat laatste levert meer op, maar daar gaat het me niet om”.

Als de laatste verkoop gedaan is, pakt de handelsreiziger zijn koffer in.

Tijd om naar huis te gaan.